Verder verwijst spreker naar de klassieke indeling van de wet van 1851, waarbij men enerzijds de zakelijke zekerheden heeft, de voorrechten en de hypotheken en anderzijds de persoonlijke zekerheden.
Ensuite, l'intervenant renvoie à la subdivision classique de la loi de 1851, où l'on a, d'une part, les sûretés réelles, les privilèges et les hypothèques et, d'autre part, les sûretés personnelles.