Art. 19. In geval van vervreemding van de schoolgebouwen die het programma voor uitzonderlijke financiering genieten, beschikken iedere inrichtende macht, wat ook het net waartoe ze behoort is, alsook elke openbare maatschappij voor het bestuur van schoolgebouwen of elke patrimoniummaatschappij voor het bestuur van katholieke schoolgebouwen, over een recht van voorverkoop, dat door ze uitgeoefend wordt op de verkoopprijs bepaald door het aanschaffingscomité of de ontvanger van de registratie, voor zover ze deze schoolgebouwen aanschaffen met het oog op het behouden van hun hoofdbestemming voor het onderwijs.
Art. 19. En cas d'aliénation des bâtiments scolaires bénéficiant du programme de financement exceptionnel, tout pouvoir organisateur, quel que soit le réseau auquel il appartient, ainsi que toute société publique d'administration de bâtiments scolaires ou toute société patrimoniale d'administration des bâtiments scolaires catholiques disposent d'un droit de préemption, qu'ils exercent au prix de vente fixé par le comité d'acquisition ou le receveur de l'enregistrement, pour autant qu'ils acquièrent ces bâtiments scolaires en vue de maintenir leur affectation principale à l'enseignement.