« Schenden de bepalingen van artikel 55bis van het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer, zoals ingevoegd bij de wet van 20 juli 2005, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, aangezien zij elk beroep ontzeggen aan de persoon ten aanzien van wie een beslissing tot verlenging van de intrekking van het rijbew
ijs is genomen, die zesmaal zwaarder kan zijn dan de oorspronkelijke beslissing, terwijl een persoon die van zijn vrijheid
...[+++] is beroofd, wel over een dergelijk beroep beschikt ?« Les dispositions de l'article 55bis de l'arrêté royal du 16 mars 1968 portant coordination des lois relatives à la police de la circulation routière, tel qu'inséré par la loi du 20 juillet 2005 ne violent-ils pas les articles 10 et 11 de la Constitution, lus séparément ou en combinaison avec l'article 6 de la Convention européenne de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales, aux motifs qu'elle prive de tout recours la personne à l'égard de laquelle [est prise] une décision de prolon
gation du retrait du permis de conduire, qui peut être six fois plus importante que la décision initiale, alors qu'une personne privée
...[+++] de liberté dispose d'un tel recours ?