Het Hof van Beroep te Brussel stelt het Hof een vraag over de bestaanbaarheid van artikel 11, eerste lid, van de wet van 23 maart 1999 en van artikel 97, negende lid, van de wet van 15 maart 1999 met de artikelen 10 en 11 van de Gron
dwet voor zover zij aanleiding geven tot een verschil in behandeling onder de rechtsonderhorigen wat betreft het recht om voor het hof van beroep een nieuwe grief aan te voeren in de zin van die artikelen : de beperkingen waarin het voormelde artikel 377, tw
eede lid, voorziet, zouden alleen gelden voor die
...[+++]genen die het hof van beroep hebben aangezocht vóór 1 maart 1999 en die bijgevolg zouden afhangen van de datum van kennisgeving van de beslissing van de directeur waartegen zij beroep zouden hebben ingesteld.La Cour d'appel de Bruxelles interroge la Cour sur la compatibilité de l'article 11, alinéa 1, de la loi du 23 mars 1999 et de l'article 97, alinéa 9, de la loi du 15 mars 1999 avec les articles 10 et 11 de la
Constitution en tant qu'ils créent entre les justiciables une différence de traitement quant au droit d'invoquer devant la cour d'appel un grief nouveau au sens de ces articles : les limitations prévues par l'article 377, alinéa 2, précité ne s'imposeraient qu'à ceux qui ont saisi la cour d'appel avant le 1 mars 1999 et qui, dès lors, auraient été tributaires de la date de la notification de la décision du directeur contre laquelle
...[+++] ils auraient introduit un recours.