As a consequence, the external debt stock increased from 26.7% of GDP in 1996 to 68.5% of GDP in 2002, increasingly nurtured by private borrowing abroad (the external public debt represents roughly 32% of GDP of which approximately one third originates from external debts incurred by the SFRY).
De buitenlandse schuld steeg daardoor van 26,7% van het BBP in 1996 naar 68,5% van het BBP in 2002, ook door toename van de particuliere leningen in het buitenland (de buitenlandse staatsschuld bedraagt circa 32% van het BBP, waarvan ongeveer een derde afkomstig is van de buitenlandse schuld van de SFRJ).