Les tendinites constituent l’effet le plus fréquemment notifié (n=12): dans 6 cas, la tendinite a évolué vers une rupture tendineuse uni- ou bilatérale et, dans 5 cas, une corticothérapie associée a probablement constitué un facteur favorisant l’apparition de la tendinite.
Tendinitis werd meest frequent gerapporteerd (n=12): in 6 gevallen evolueerde de tendinitis tot uni- of bilaterale peesruptuur, en in 5 gevallen was een gelijktijdige behandeling met corticosteroïden waarschijnlijk een bijkomende uitlokkende factor.