1. Lorsque la Chambre préliminaire a décerné un mandat d'arrêt ou une citation à comparaître conformément au paragraphe 7 de l'article 59, et que la personne concernée est arrêtée ou reçoit notification de la citation, la Chambre préliminaire veille à ce que cette personne soit informée des dispositions du paragraphe 2 de l'article 61.
1. Wanneer de Kamer van vooronderzoek krachtens artikel 59, zevende punt, een bevel tot aanhouding of een dagvaarding tot verschijning heeft uitgevaardigd en de betrokken persoon wordt aangehouden of in kennis gesteld van de dagvaarding, zorgt de Kamer van vooronderzoek ervoor dat deze persoon op de hoogte wordt gebracht van het bepaalde in artikel 61, tweede punt.