L'honorable secrétaire d'État pourrait-il me dire s'il faut tenir compte lorsque le concubin possède un bien immeuble, du revenu réel tiré de celui-ci ou uniquement du revenu cadastral non exonéré, par analogie avec ce que prévoient les dispositions des articles 18 et 19 de l'arrêté précité ?
Kan de geachte staatssecretaris mij meedelen of, in het geval dat de concubijn een bebouwd onroerend goed bezit, rekening moet gehouden worden met de reële opbrengst hieruit, dan wel enkel met het niet-vrijgesteld kadastraal inkomen, naar analogie met de bepalingen van de artikelen 18 en 19 van voornoemd besluit ?