Par ordonnance du 30 mai 2000, la Cour a déclaré les affaires en état et fixé l'audience au 21 juin 2000 après avoir invité les parties à s'expliquer à l'audience sur la question de savoir si l'appartenance des chefs de corps au Conseil supérieur de la justice serait compatible avec les missions qu'ils exercent en application, notamment, des articles 259ter, §§ 1 et 4, 259bis-14, § 2, 259bis-16, § 2, et 408bis du Code judiciaire.
Bij beschikking van 30 mei 2000 heeft het Hof de zaken in gereedheid verklaard en de dag van de terechtzitting bepaald op 21 juni 2000 na de verzoekende partijen te hebben verzocht zich ter terechtzitting nader te verklaren over de vraag of voor de korpschefs het lidmaatschap van de Hoge Raad voor de Justitie verenigbaar zou zijn met de opdrachten die ze uitvoeren onder meer krachtens de artikelen 259ter, §§ 1 en 4, 259bis-14, § 2, 259bis-16, § 2, en 408bis van het Gerechtelijk Wetboek.