Concernant le problème du temps de garde, j’aurais pu vivre avec la proposition de la Commission qui respecte le principe de subsidiarité parce qu’elle stipule que la période inactive du temps de garde n’est pas considérée comme temps de travail, à moins que la loi nationale ou une convention collective n’en dispose autrement.
Wat de kwestie van de aanwezigheidsdiensten betreft, had ik kunnen leven met het voorstel van de Commissie, waarin het subsidiariteitsbeginsel in acht genomen wordt. In dat voorstel staat immers dat de niet-actieve uren van de aanwezigheidstijden niet als arbeidstijd beschouwd worden, tenzij de nationale wetgeving of een collectieve overeenkomst anders bepaalt.