Art. 5. Le conseiller en sécurité garde toute information qui lui est confiée ou qu'il peut consulter, entendre ou lire dans le cadre de ses missions ou de ses activités professionnelles strictement confidentielle, tant l'information afférente à sa mission que celle afférente à ses collègues.
Art. 5. De veiligheidsconsulent houdt alle informatie die aan hem wordt toevertrouwd of die hij kan inzien, horen of lezen in het kader van zijn opdrachten of beroepsactiviteiten, strikt vertrouwelijk, zowel de informatie die op zijn opdracht betrekking heeft als de informatie over zijn vakgenoten.