Zij argumenteerden dat de vrijheid om zich niet te verenigen een individueel recht is dat even zwaar weegt als de vrijheid van vereniging, zodat zij eerbiediging vroegen van hun recht met betrekking tot de negatieve vrijheid van vereniging.
Sie brachten vor, dass das Recht, Vereinigungen fernzubleiben, ein ebenso wichtiges Individualrecht sei wie die Vereinigungsfreiheit selbst, und forderten daher die Wahrung ihres Rechts auf negative Vereinigungsfreiheit.