De Minister heeft aan de commissieleden een nota overhandigd met betrekking tot de uitoefening van de aan de bestendige deputaties toeg
ekende taken in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, waarin werd besloten dat de bijzondere wetgever, toen hi
j het rechtsprekend college heeft ingesteld, duidelijk aan dat college de toentertijd bestaande rechtsprekende bevoegdheden van de bestendige deputaties
heeft willen toe
...[+++]kennen (Verslag namens de Commissie voor de Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het Openbaar Ambt, Gedr. St., Kamer, 1995-1996, nr. 461/4, pp. 38-39).
Der Minister habe den Kommissionsmitgliedern einen Bericht über die Ausübung der den ständigen Ausschüssen anvertrauten Aufgaben in der Region Brüssel-Hauptstadt überreicht, in dem geschlussfolgert worden sei, dass der Sondergesetzgeber dem rechtsprechenden Kollegium bei dessen Einsetzung die Rechtsprechungsbefugnisse der ständigen Ausschüsse, so wie sie damals bestanden hätten, habe anvertrauen wollen (Bericht im Namen der Kommission des Inneren, der Allgemeinen Angelegenheiten und des Öffentlichen Dienstes, Parl. Dok., Kammer, 1995-1996, Nr. 461/4, SS. 38-39).