In zijn arrest in zaak C-357/09 (Kadzoev) heeft het Hof de beschermende elementen van de met bewaring verband houdende artikelen van de terugkeerrichtlijn uitdrukkelijk bevestigd door te benadrukken dat bewaring niet langer gerechtvaardigd is en de betrokkene onmiddellijk moet worden vrijgelaten wanneer er geen redelijk vooruitzicht is dat die binnen de toegestane maximale duur van inbewaringstelling naar een derde land zal worden gebracht.
In its judgment in case C-357/09 (Kadzoev), the ECJ expressly confirmed the protective elements of the detention-related articles of the Return Directive by highlighting that detention ceases to be justified and the person concerned must be released immediately if there is no real prospect of removal to a non-EU country within the authorised maximum period of detention.