53. zet vraagtekens bij de dubbele rol van
de Commissie in de trojka, én als vertegenwoordiger van de lidstaten én als EU-instelling; stelt zich op het standpunt dat er binnen de Commissie een potentieel belangenconflict bestaat tussen haar rol in de trojka en haar verantwoordelijkheid als hoedster van de Verdrage
n en van het acquis communautaire, met name op beleidsterreinen zoals concurrentie en beleid inzake staatssteun en sociale cohesie, alsook met betrekking tot het loon- en sociaal beleid van de lidstaten en het sociaal beleid
...[+++], een terrein waarop de Commissie niet bevoegd is, alsmede wat betreft de naleving van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; wijst erop dat deze situatie niet strookt met de normale rol van de Commissie, die erin bestaat te fungeren als een onafhankelijke principale actor die het belang van de EU beschermt en toeziet op de implementatie van de EU-regelgeving binnen de door de Verdragen gestelde grenzen; 53. Questions the dual role of th
e Commission in the Troika as both an agent of Member States and an EU institution; asserts that there is a potential conflict of interest within the Commission between its role in the Troika and its responsibility as guardian of the Trea
ties and the acquis communautaire, especially in policy areas such as competition and state aid policy and social cohesion, and with regard to Member States’ wage and social policy, an area in which the Commission has no competence, as well as respect for the Charter
...[+++]of Fundamental Rights of the European Union; points out that such a situation contrasts with the Commission’s normal role, which is to act as an independent principal protecting the EU interest and ensuring the implementation of EU rules within the limits established by the Treaties;