2. benadrukt dat overheden de drie aspecten van het recht op voedsel en goede voeding moeten waarborgen: beschikbaarheid, dat wil zeggen dat een persoon in staat is het eigen voedsel rechtstreeks te verkrijgen uit landbouwgrond of andere natuurlijke hulpbronnen, dan wel dat er
goed functionerende distributie-, verwerkings- en marktsystemen aanwezig zijn; toegankelijkheid, namelijk dat zowel de
economische als de fysieke toegang tot voedsel gewaarborgd is; en geschiktheid, dat wil zeggen dat het voedsel veilig dient te zijn en dient
...[+++]te voldoen aan de voedingsbehoeften van iedere persoon, waarbij rekening wordt gehouden met leeftijd, leefomstandigheden, gezondheid, beroep, geslacht, cultuur en godsdienst;
2. Insists that public authorities must guarantee the three dimensions of the right to food and good nutrition: availability, meaning that it is possible either to feed oneself directly from productive land or other natural resources, or to establish well‑functioning distribution, processing and market systems; accessibility, meaning that both economic and physical access to food is guaranteed; and adequacy, meaning that food must be safe and satisfy the dietary needs of every individual, taking into account age, living conditions, health, occupation, sex, culture and religion;