8. is van oordeel dat de lidstaten zich er bij de toetreding tot het EVRM onderling en in hun wederzijdse betrekkingen met de Unie toe moeten verbinden geen interstatelijk verzoekschrift wegens niet-nakoming in te dienen op grond van artikel 33 van het EVRM wanneer de handeling of nalatigheid waarover het geschil gaat, binnen het toepassingsgebeid van het EU-recht valt, aangezien dit strijdig zou zijn met artikel 344 van het VWEU;
8. Considers that the Member States should undertake, at the time of accession to the ECHR, with respect to one another and in their mutual relations with the Union, not to bring interstate applications concerning an alleged failure of compliance pursuant to Article 33 of the ECHR when the act or omission in dispute falls within the scope of Union law, as this would be contrary to Article 344 of the Treaty on the Functioning of the European Union;