Art. 33. De werkgever aan wie de VOP wordt toegekend, kan geen werknemers ontslaan met de uitsluitende bedoeling : 1° hen te vervangen door een of meer werknemers met een arbeidshandicap, die recht geven op een VOP of op een hogere VOP; 2° hen daarna opnieuw aan te werven met het oog op de toekenning van een VOP of een hogere VOP.
Art. 33. L'employeur auquel la VOP est octroyée ne peut licencier des travailleurs dans le but unique de : 1° les remplacer par un ou plusieurs travailleurs avec un handicap à l'emploi qui donnent droit à une VOP ou à une VOP plus importante ; 2° les réengager par la suite en vue d'obtenir une VOP ou une VOP plus importante.