Art. 4. De kandidaten sturen hun aanvraag tot deelneming binnen de vastgestelde termijn bij een ter post aangetekende zending aan de Minister van Justitie, samen met een afschrift van hun diploma, een attest waaruit blijkt dat zij over de ervaring beschikken vereist voor de uitoefening van de functie overeenkomstig artikel 196ter van het Gerechtelijk Wetboek, alsmede in voorkomend geval, een afschrift van het bewijs waaruit hun taalkennis blijkt.
Art. 4. Les candidats adressent au Ministre de la Justice, par envoi recommandé à la poste et dans le délai fixé, leur demande de participation accompagnée d'une copie de leur diplôme, d'une attestation prouvant qu'ils possèdent l'expérience requise pour l'exercice de la fonction conformément à l'article 196ter du Code judiciaire ainsi que le cas échéant d'une copie d'un certificat attestant de leur connaissance linguistique.