Indien lidstaten compensatie willen verlenen voor transactiekosten die worden veroorzaakt door het aangaan van agromilieu- of dierenwelzijnsverbintenissen, moeten zij die kosten op overtuigende wijze aantonen, bijvoorbeeld door het overleggen van kostenvergelijkingen met landbouwbedrijven die dergelijke verbintenissen niet zijn aangegaan.
Si un État membre souhaite compenser les coûts induits résultant de la prise d'engagements agroenvironnementaux ou en matière de bien-être des animaux, il doit fournir la preuve évidente de ces coûts, par exemple en présentant une comparaison avec les coûts supportés par des exploitations qui ne prennent pas de tels engagements.