24. wijst erop dat het gebruik van het openbaar en collectief vervoer in stedelijke gebieden moet worde
n gestimuleerd; is tevens van mening dat de stedelijke vervoersdiensten toegesneden moeten zijn op de behoeften van de ruimtelijke ordening (oude stadswijken, buitenstedelijke gebieden, verbindingen met luchthavens, stations, industriegebieden, winkelgebieden, enz.) en op de behoeften
van de publieke en demografische veranderingen (ouder
en, mensen met een handicap, e ...[+++]nz.);
24. insiste sur la nécessité d'encourager une plus large utilisation des transports publics et des transports collectifs dans les zones urbaines; estime également nécessaire d'adapter les services de transport urbain aux exigences de l'aménagement du territoire (centres historiques, banlieues, liaisons avec les aéroports, gares, zones industrielles, centres commerciaux, etc.) comme aux besoins de la population et à l'évolution démographique (personnes âgées, personnes handicapées, etc.);