De heer Brotcorne antwoordt dat de interpretatie van de minister hem sterkt in de overtuiging dat de uitbreiding van de uitzonderingen die in amendement nr. 8 beoogd wordt, dit wil zeggen het 4ºquater en het 13º in artikel 22, § 1, en het 3ºter en het 12º in artikel 46, een uitbreiding is die in de door de minister gewenste richting gaat.
M. Brotcorne réplique que l'interprétation du ministre le conforte dans l'idée que l'extension des exceptions que vise l'amendement nº 8, c'est-à-dire le 4ºquater et le 13º à l'article 22, 1 , et le 3ºter et le 12º à l'article 46, va dans le sens que le ministre souhaite.