Indien de rechter vaststelt dat de feitelijke scheiding te wijten is aan fouten en tekortkoming van de beide partijen of indien de aanvrager van de echtscheiding er niet in slaagt het op hem of haar rustende vermoeden om te keren (met andere woorden : aan te tonen dat alléén de partner-verweerder fouten en tekortkomingen kunnen worden aangewreven), blijft de aanvrager van de echtscheiding verstoken van een uitkering tot levensonderhoud na echtscheiding.
Si le juge constate que la séparation est imputable aux fautes et manquements réciproques des parties ou si le demandeur en divorce ne peut renverser la présomption (c'est-à-dire des fautes et manquements dans le chef exclusif de l'époux défendeur), le demandeur en divorce restera privé du bénéfice de la pension alimentaire après divorce.