Het in het geding zijnde verschil in behandeling bestaat erin dat de exploitant van een handelszaak waarvan de nettoverkoopoppervlakte 400 m of minder bedraagt en die is gevestigd in een gebouw met een bruto gebouwde oppervlakte van ten hoogste 600 m, geen sociaal-economische vergunning behoeft, terwijl de exploitant van een handelszaak waarvan de nettoverkoopoppervlakte eveneens 400 m of minder bedraagt, doch die is gevestigd in een gebouw met een bruto gebouwde oppervlakte van meer dan 600 m, wel degelijk een sociaal-economische vergunning nodig heeft.
La différence de traitement en cause consiste en ce que l'exploitant d'un établissement commercial dont la surface commerciale nette est inférieure ou égale à 400 m2 et qui est situé dans un immeuble d'une surface bâtie brute de 600 m2 au plus ne doit pas disposer d'une autorisation socio-économique, tandis que l'exploitant d'un établissement commercial dont la surface commerciale nette comporte également 400 m2 au plus mais qui est situé dans un immeuble d'une surface bâtie brute supérieure à 600 m doit disposer d'une telle autorisation.