6. Overwegende dat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen op 19 maart 1991 in zaak C 202/88, Frankrijk tegen Commissie (4), een tegen genoemde richtlijn van de Commissie gericht beroep heeft verworpen; dat de richtlijn niettemin, voor zover zij op bijzondere rechten betre
kking heeft, nietig werd verklaard, omdat noch in de bepalingen van de richtlijn, noch in de
overwegingen ervan nader wordt aangeduid om welk soort re
chten het feitelijk gaat en in wel ...[+++]k opzicht het bestaan van deze rechten met de verschillende bepalingen van het Verdrag strijdig is; dat bijzondere rechten met betrekking tot invoer, afzet, aansluiting, opstarten en onderhoud van telecommunicatieapparatuur feitelijk rechten zijn die een Lid-Staat aan een beperkt aantal ondernemingen verleent door middel van een wettelijk of bestuursrechtelijk instrument, waarmee binnen een bepaald geografisch gebied6. considérant que, dans l'arrêt rendu dans l'affaire C-202/88: France contre Commission (4), la Cour de justice des Communautés européennes a confirmé, le 19 mars 1991, la validité de la directive 88/301/CEE; que toutefois, en ce qui concerne les droits spéciaux, la directive a été déclarée nulle, au motif que ni le dispositif de la directive ni ses considérants ne précisent le type de droits concrètement visé et
en quoi l'existence de ces droits est contraire aux différentes dispositions du traité; que, en ce qui concerne l'importation, la commercialisation, le raccordement, la mise en service et l'entretien des équipements terminaux
...[+++], les droits spéciaux sont en pratique des droits accordés par un État membre à un nombre limité d'entreprises au moyen de tout instrument législatif, réglementaire ou administratif qui, sur un territoire donné: