Gezien het feit dat de invoer met dumping uit de VRC, ondanks een daling van het verbruik in de Unie tijdens het OT, het marktaandeel in de beoordelingsperiode ten nadele van de bedrijfstak van de Unie heeft weten te handhaven (voor modules) of heeft kunnen uitbreiden (voor cellen en wafers) kan dus niet worden geconcludeerd dat door de daling van het verbruik het oorzakelijk verband tussen de invoer met dumping en de door de bedrijfstak van de Unie geleden schade werd verbroken.
Malgré une baisse de la consommation de l’Union durant la période d’enquête, les importations chinoises faisant l’objet d’un dumping ont soit conservé (modules) soit augmenté (cellules et wafers) leur part de marché, au détriment de l’industrie de l’Union sur la période considérée. Par conséquent, il n’y a pas lieu de conclure que la baisse de la consommation était de nature à briser le lien de causalité entre les importations faisant l’objet de dumping et le préjudice subi par l’industrie de l’Union.