Zoals het Europees Hof van Justitie bij diverse gelegenheden heeft gesteld, in het bijzonder in zijn uitspraak van 26 maart 1987 in zaak 235/85 "Commissie tegen Koninkrijk der Nederlanden" en de uitspraken van 12 september 2000 in de zaken C-276/97 "Commissie tegen Franse Republiek" en C-359/97 "Commissie tegen Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland", blijkt uit artikel 4, lid 5, van de Richtlijn duidelijk dat er, in het licht van de doelstellingen van de Zesde Richtlijn, aan tw
ee voorwaarden moet worden voldaan opdat de regel van behandeling als niet-belastingplichtig persoon van toepassing is: de activiteiten moeten
...[+++]worden uitgevoerd door een publiekrechtelijk gestuurd orgaan en dit orgaan moet deze activiteiten uitoefenen in de rol van publieke autoriteit.Ainsi que la Cour européenne de justice l’a jugé à plusieurs reprises, en particulier dans l’arrêt du 26 mars 1987 prononcé dans l’affaire 235/85 «Commission contre Royaume des Pays-Bas» et dans ceux du 12 septembre 2000 rendus dans les affaires C-276/97 «Commission contre République française» et C-359/97 «Commission contre Royaume-Uni de la Grande-Bretagne
et de l’Irlande du Nord», il ressort clairement de l’article 4, paragraphe 5, de la directive, lorsqu’il est examiné à la lumière des objectifs de celle-ci, que deux conditions doivent être remplies pour que s’applique la règle du traitement en tant que non-assujetti: les activités d
...[+++]oivent être accomplies par un organisme de droit public et celui-ci doit les accomplir en sa qualité d’autorité publique.