De wet van 15 mei 2007 onderstreept aldus het ondergeschikte karakter van het deskundigenonderzoek ten aanzien van andere wijzen van bewijsvoering, doordat ze de rechter verzoekt enkel voorrang te geven aan het deskundigenonderzoek indien het voor de oplossing van het geschil « de meest ee
nvoudige, snelle en goedkope maatregel » (artikel 875bis van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij artikel 2 van de wet van 15 mei 2007) vormt; de wet verleent de rechter overigens een actievere rol wat betreft het verloop van de procedure, zowel ten voordele van de partijen als van de deskundigen, teneinde de duurtijd en de kostprijs ervan te vermin
...[+++]deren; zij verbetert ten slotte de regeling in verband met de kosten en de consignatie met de bedoeling « betreffende dit aspect vanaf het begin voldoende duidelijkheid te creëren » (Parl. St., Kamer, 2005-2006, DOC 51-2540/007, p. 5).La loi du 15 mai 2007 souligne ainsi le caractère subsidiaire de l'expertise par rapport aux autres modes de preuve, en invitant le juge à ne privilégier l'expertise que si elle constitue, pour la solution du litige, la mesure d'instruction « la plus
simple, la plus rapide et la moins onéreuse » (article 875bis du Code judiciaire, inséré par l'article 2 de la loi du 15 mai 2007); elle confère par ailleurs au juge un rôle plus actif dans le déroulement de la procédure, afin d'en réduire la durée et le coût, au bénéfice tant des parties que des experts; elle améliore enfin le régime relatif aux frais et à la consignation, dans le but de
...[+++]« créer dès le début une clarté suffisante concernant cet aspect » (Doc. parl., Chambre, 2005-2006, DOC 51-2540/007, p. 5).