Voorts twijfelde de Commissie aan de verenigbaarheid van het steunpercentage dat in het kader van de regeling werd gehanteerd, nl. 25 % van de werkelijke kosten van de aankoop van het vaartuig, wat niet lijkt te stroken met de richtsnoeren van 2001, die vanaf 1 juli 2001 van toepassing waren op de bestaande steunregelingen en op grond waarvan slechts een steunpercentage van 20 % mocht worden gehanteerd (7).
De plus, la Commission doute de la compatibilité du taux d’aide prévu par le régime — 25 % du coût réel de l’acquisition du navire —, qui semblait ne pas être conforme aux lignes directrices 2001, applicables aux régimes d’aide en vigueur à partir du 1er juillet 2001, qui autorisaient un taux d’aide de 20 % seulement (7).