Hij heeft uiteindelijk van die oplossing afgezien, om rekening te houden met een bezwaar van de afdeling wetgeving van de Raad van State, volgens hetwelk « men zich niet [kan] voorstellen dat de rechter die in tweede aanleg uitspraak doet geen kennis heeft van het volledige dossier op grond waarvan de eerste rechter uitspraak heeft gedaan » (ibid., p. 45).
Il a finalement renoncé à cette solution pour tenir compte d'une objection de la section de législation du Conseil d'Etat selon laquelle « il ne se conçoit pas que le juge, statuant au second degré, n'ait pas connaissance du dossier intégral sur la base duquel le premier juge s'est prononcé » (ibid., p. 45).