6. Moet de wetgeving betreffende de notionele-interestaftrek - voor zover ze niet wordt opgeheven - op grond van die beslissing niet worden gewijzigd om de bedrijven die er gebruik van maken op zijn minst te verplichten het bewijs te leveren dat ze in ons land een reële economische activiteit uitoefenen waarvan de omvang in verhouding staat tot het ontvangen voordeel?
6. N'y a-t-il pas lieu, sur la base de ce jugement, et à défaut de l'abroger, de modifier la législation relative aux intérêts notionnels, à tout le moins pour obliger les sociétés bénéficiaires à faire la preuve d'une activité économique réelle, et proportionnelle à l'avantage reçu, en Belgique?