- In zoverre het tot gevolg heeft het bedrag van de tegemoetkomingen aan personen met een handicap van een persoon die niet over inkomsten beschikt en die,
zonder als paar te leven, een huishouden vormt met een persoon die geen bloed- of aanverwant is in de eerste, tweede of derde graad en die over inkomsten beschikt, te verminderen tot onder het bedrag van het leefloon waarop die persoon recht zou hebben krachtens artikel 14, §§ 1 en 2, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, schendt artikel 7 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap de artikel
...[+++]en 10 en 11 van de Grondwet.
- En ce qu'il a pour effet de réduire en dessous du montant du revenu d'intégration sociale auquel aurait droit cette personne en vertu de l'article 14, §§ 1 et 2, de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale, le montant des allocations aux personnes handicapées d'une personne ne disposant pas de revenus qui, sans vivre en couple, forme un ménage avec une personne qui n'est pas parente ou alliée au premier, deuxième ou troisième degré et qui dispose de revenus, l'article 7 de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux personnes handicapées viole les articles 10 et 11 de la Constitution.