Wat het laatste betreft, zeggen zowel vennootschappen als vakbonden dat het SE-statuut de mogelijkheid biedt om: i) via onderhandelingen te komen tot een inspraakmodel dat is toegesneden op de specifieke behoeften van de vennootschap of het concern, zonder dat reken
ing hoeft te worden gehouden met bindende nationale regelgeving, ii) een diverse samenstelling te krijgen van vertegenwoordigers, die niet al
lemaal uit dezelfde lidstaat, maar uit verschillende lidstate
n komen (dit draagt ertoe ...[+++] bij dat werknemers zich meer een "Europese werknemer" voelen, hetgeen een voordeel is voor concerns die in heel Europa opereren), en iii) de raad van toezicht met het oog op de efficiëntie te verkleinen.
En ce qui concerne ce dernier point, les sociétés et les syndicats s'accordent à dire que le statut de la SE permet (i) de négocier un modèle d'implication des travailleurs, en l'adaptant aux besoins spécifiques de la société ou du groupe, au lieu d'être tenu de respecter la réglementation nationale, (ii) de réunir des représentants issus de différents États membres, et non d'un seul (ce qui peut contribuer à l'émergence d'une conscience européenne chez les travailleurs et présenterait un avantage pour les groupes de dimension européenne) et (iii) de réduire la taille du conseil de surveillance afin d'en accroître l'efficience.