„Een voertuig wordt als monofuel beschouwd” wanneer het na de retrofitoperatie hoofdzakelijk bedoeld is om permanent op lpg of cng te rijden, maar het mag nog een benzinesysteem hebben voor noodsituaties, waarbij de inhoud van de benzinetank niet meer dan 15 liter bedraagt.
Par «véhicule monocarburant», on entend un véhicule qui, après montage d’un système d’adaptation, est essentiellement conçu pour fonctionner en permanence au GPL ou au GNC, mais qui peut toutefois être doté d’un circuit essence réservé aux cas d’urgence, comprenant un réservoir d’une contenance maximale de 15 litres.