Boost Your Productivity!Translate documents (Ms-Word, Ms-Excel, ...) faster and better thanks to artificial intelligence!
https://pro.wordscope.com
https://blog. wordscope .com

Vertaling van "maart 1999 geoordeeld " (Nederlands → Frans) :

De afdeling administratie heeft in het arrest van 25 maart 1999 geoordeeld dat ongeacht die omstandigheid, men ervan uit diende te gaan dat de bestreden beslissing een eenzijdige administratieve handeling is, uitgaande van de Minister van Justitie alleen, welke handeling alleen bij wijze van inlichting bij de samenwerkingsakkoorden gaat.

Dans l'arrêt du 25 mars 1999, la section d'administration a estimé qu'en dépit de cette circonstance, il y avait lieu de considérer que la décision attaquée était un acte administratif unilatéral émanant du seul ministre de la justice, ledit acte ne figurant en annexe aux accords de coopération qu'à titre d'information.


Het is ingevoerd om te beantwoorden aan het arrest nr. 44/2011 van 30 maart 2011 (ibid., p. 34), waarin het Hof had geoordeeld : « Artikel 33, 7°, b), van de ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu, zoals gewijzigd bij artikel 10 van de ordonnantie van 28 juni 2001, schendt de artikelen 10 en 11 ...[+++]

Il a été introduit pour répondre à l'arrêt n° 44/2011 du 30 mars 2011 (ibid., p. 44), par lequel la Cour avait jugé : « L'article 33, 7°, b), de l'ordonnance de la Région de Bruxelles-Capitale du 25 mars 1999 relative à la recherche, la constatation, la poursuite et la répression des infractions en matière d'environnement, tel qu'il a été modifié par l'article 10 de l'ordonnance du 28 juin 2001, viole les articles 10 et 11 de la Constitution en ce qu'il ne permet pas de prendre en compte des circonstances atténuantes permettant d'infl ...[+++]


Het Hof heeft eveneens vastgesteld dat die bepaling op 7 december 2011 zonder terugwerkende kracht in werking trad en heeft geoordeeld dat artikel 33, 7°, b), van de ordonnantie van 25 maart 1999 moest worden vernietigd in zoverre het, tot die datum, niet toeliet rekening te houden met de verzachtende omstandigheden die het mogelijk maken een geldboete op te leggen waarvan het bedrag lager ligt dan het daarin vastgestelde minimum van de geldboete.

La Cour a également constaté que cette disposition entrait en vigueur le 7 décembre 2011 sans effet rétroactif et a jugé qu'il convenait d'annuler l'article 33, 7°, b), de l'ordonnance du 25 mars 1999 en ce qu'il ne permettait pas, jusqu'à cette date, de prendre en compte les circonstances atténuantes permettant d'infliger une amende d'un montant moindre que le minimum de l'amende qui y est fixé.


« Het Grondwettelijk Hof heeft deze kwestie, met betrekking tot de werking van de aanvullende kamers ter bestrijding van de gerechtelijke achterstand binnen de hoven van beroep in het arrest van 3 maart 1999 (nr. 29/99) geanalyseerd en heeft geoordeeld dat slechts mits naleving van uitzonderlijke maatregelen en binnen een beperkt tijdskader en met het oog op een precieze taak -de wegwerking van de onaanvaardbare gerechtelijke achterstand uit het verleden de wetgever met de wet van 9 juli 1997 houdende maatregelen ...[+++]

« (traduction) La Cour constitutionnelle a analysé, dans son arrêt du 3 mars 1999 (nº 29/99), la question des chambres supplémentaires visant à lutter contre l'arriéré judiciaire dans les cours d'appel, et elle a jugé que le législateur ne pouvait, par la loi du 9 juillet 1997 contenant des mesures en vue de résorber l'arriéré judiciaire dans les cours d'appel (Moniteur belge du 13 août 1997), faire intervenir des avocats en tant que conseillers suppléants dans des chambres supplémentaires que parce qu'il s'agissait de mesures exceptionnelles qui se limitaient à une période déterminée, en vue de l'accomplissement d'u ...[+++]


« Het Grondwettelijk Hof heeft deze kwestie, met betrekking tot de werking van de aanvullende kamers ter bestrijding van de gerechtelijke achterstand binnen de hoven van beroep in het arrest van 3 maart 1999 (nr. 29/99) geanalyseerd en heeft geoordeeld dat slechts mits naleving van uitzonderlijke maatregelen en binnen een beperkt tijdskader en met het oog op een precieze taak -de wegwerking van de onaanvaardbare gerechtelijke achterstand uit het verleden de wetgever met de wet van 9 juli 1997 houdende maatregelen ...[+++]

« (traduction) La Cour constitutionnelle a analysé, dans son arrêt du 3 mars 1999 (nº 29/99), la question des chambres supplémentaires visant à lutter contre l'arriéré judiciaire dans les cours d'appel, et elle a jugé que le législateur ne pouvait, par la loi du 9 juillet 1997 contenant des mesures en vue de résorber l'arriéré judiciaire dans les cours d'appel (Moniteur belge du 13 août 1997), faire intervenir des avocats en tant que conseillers suppléants dans des chambres supplémentaires que parce qu'il s'agissait de mesures exceptionnelles qui se limitaient à une période déterminée, en vue de l'accomplissement d'u ...[+++]


Zoals het Hof heeft geoordeeld in B.9.5 van zijn arrest nr. 51/2006 van 19 april 2006, valt de aangelegenheid die het voorwerp uitmaakt van het bij het bestreden decreet gewijzigde decreet van 30 maart 1999 onder de bevoegdheid die bij artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen aan de gemeenschappen is toegekend inzake persoonsgebonden aangelegenheden.

Comme la Cour l'a jugé au B.9.5 de son arrêt n° 51/2006 du 19 avril 2006, la matière qui fait l'objet du décret du 30 mars 1999, modifié par le décret attaqué, relève de la compétence qui a été attribuée aux communautés par l'article 5, § 1, II, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, au titre des matières personnalisables.


Zoals het Hof in zijn arrest nr. 35/99 van 17 maart 1999 heeft geoordeeld, kan het worden verantwoord dat geen enkele interest verschuldigd is bij terugbetaling van voorheffingen wanneer de schuldenaar spontaan meer heeft betaald dan hij verschuldigd was of wanneer het praktisch onmogelijk is de datum vast te stellen waarop de interesten zijn beginnen te lopen die moeten worden verdeeld onder de belastingplichtigen ten gunste van wie de inhoudingen zijn gebeurd door de schuldenaar van de voorheffingen.

Comme la Cour l'a considéré dans l'arrêt n° 35/99 du 17 mars 1999, il peut se justifier qu'aucun intérêt ne soit dû sur le remboursement de précomptes lorsque le redevable a payé spontanément plus qu'il ne devait ou lorsqu'il est pratiquement impossible de déterminer la date de prise de cours des intérêts à répartir entre les contribuables en faveur de qui les retenues ont été faites par le redevable des précomptes.


- In die zin geïnterpreteerd dat het de directeur der belastingen of de door hem gedelegeerde ambtenaar verbiedt ambtshalve ontheffing te verlenen van een overbelasting die zou blijken uit een arrest van het Arbitragehof waarmee, in antwoord op een prejudiciële vraag, wordt geoordeeld dat een wetsbepaling niet bestaanbaar is met het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie, schendt artikel 376, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals vervangen bij artikel 33 van de wet van 15 maart 1999 betreffende de ...[+++]

- Interprété comme interdisant au directeur des contributions ou au fonctionnaire délégué par lui d'accorder le dégrèvement d'office d'une surtaxe qui apparaîtrait à la lumière d'un arrêt de la Cour d'arbitrage considérant, en réponse à une question préjudicielle, qu'une disposition législative est incompatible avec le principe d'égalité et de non-discrimination, l'article 376, § 2, du Code des impôts sur les revenus 1992, tel qu'il a été remplacé par l'article 33 de la loi du 15 mars 1999 relative au contentieux en matière fiscale, viole les articles 10, 11 et 172, alinéa 1, de la Constitution.


Dat verbod is echter niet het gevolg van de voormelde wet van 22 maart 1999, en het Hof van Cassatie heeft geoordeeld dat :

Cependant, cette interdiction ne résulte pas de la loi du 22 mars 1999, précitée, et la Cour de cassation a estimé que :


Daartegenover staat het arrest van 29 maart 1999 van het arbeidshof van Bergen (8e kamer), AR 15.064, waarin geoordeeld wordt dat het fiscaal vermoeden weerlegd is voor een gedeelte van de gevorderde periode omdat er in de overeenkomst tussen de partijen aanwijzingen (indiciën) te vinden zijn voor een band van ondergeschiktheid.

La cour du travail de Mons (8e chambre) par contre, adopte un point de vue opposé en son arrêt du 29 mars 1999, RG 15.064.




Anderen hebben gezocht naar : 25 maart 1999 geoordeeld     30 maart     maart     hof had geoordeeld     25 maart     heeft geoordeeld     3 maart     hof heeft geoordeeld     17 maart     15 maart     wordt geoordeeld     22 maart     cassatie heeft geoordeeld     29 maart     waarin geoordeeld     maart 1999 geoordeeld     


datacenter (28): www.wordscope.be (v4.0.br)

'maart 1999 geoordeeld' ->

Date index: 2024-10-03
w