16. Voor vorderingen die gedekt zijn door niet-zakelijk onroerend goed dat zich op het grondgebied van hun lidstaat bevindt, kunnen de bevoegde autoriteiten hun kredietinstellingen ontheffing verlenen van de in punt 13, onder b), gestelde voorwaarde, mits de bevoegde autoriteiten over het bewijs beschikken dat er sprake is van een goed ontwikkelde en reeds geruime tijd bestaande markt voor niet-zakelijk onroerend goed met verliescijfers die voldoende laag zijn om een dergelijke maatregel te wettigen.
16. Les autorités compétentes d'un État membre peuvent exonérer les établissements de crédit de cet État membre de l'obligation de se conformer au point 13 b), pour les expositions garanties par un bien immobilier résidentiel situé sur son territoire, lorsqu'elles ont la preuve qu'il y existe de longue date un marché pertinent bien développé, avec des taux de pertes suffisamment faibles pour justifier une telle mesure.