Ik ga ervan uit dat de openbare zender van de Vlaamse Gemeenschap voor communicatie met en door een openbare dienst met het publiek steeds de voorkeur zal geven aan een woordvoerder die Nederlands spreekt, zodat ik meen te kunnen concluderen dat bij de aanwezige douaniers niemand het Nederlands, de taal van de meerderheid van de bevolking, machtig was.
S'agissant des communications d'un service public, je présume que la télévision publique de la Communauté flamande préfère toujours faire appel à un porte-parole qui s'exprime en néerlandais, et je crois donc pouvoir conclure qu'aucun des douaniers présents ne maîtrisait le néerlandais, langue de la majorité de la population.