Mevrouw Geerts heeft er terecht op gewezen dat de vertegenwoordiging in de Hoge Raad voor Deontologie een evenwichtsoefening was : ofwel kiest men voor een onwerkzaam orgaan met heel veel vertegenwoordigers, ofwel opteert men voor een actief orgaan met een beperkte vertegenwoordiging.
Mme Geerts a indiqué à juste titre que la représentation au Conseil supérieur de déontologie était un exercice d'équilibre: on opte soit pour un organe inefficace comptant de très nombreux représentants, soit pour un organe actif basé sur une représentation limitée.