14. merkt op dat de duurzaamheid van de primaire voedselproductie en andere mariene activiteiten op gedeelde zeeën afhankelijk is van een gezamenlijke benadering met naburige landen; benadrukt de noodzaak een meer solide wetenschappelijke capaciteit in de naburige landen op te bouwen op grond van een betere coördinatie van het gemeenschappelijk strategisch kader met de EU-instrumenten van het nabuurschapsbeleid.
14. constate que la durabilité de la production primaire de denrées alimentaires et des autres activités maritimes dans les mers partagées dépend d'approches concertées avec les États voisins; souligne la nécessité d'un renforcement des capacités scientifiques des pays voisins, fondé sur une meilleure coordination du cadre stratégique commun avec les instruments de la politique de voisinage de l'UE.