Zoals uit de toelichting van het wetsvoorstel blijkt, heeft het tot doel de vrijheden vervat in de artikelen 19 tot 21 van de Grondwet te concretiseren en de naleving te garanderen van de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie die inzonderheid verankerd zijn in de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (2) en, meer in het bijzonder wat de religieuze en niet-confessionele levensbeschouwingen betreft, in artikel 9 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en artikel 18 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, alsook in andere internationale instrumenten.
Comme il ressort des développements de la proposition de loi, celle-ci a pour objet de concrétiser les libertés prévues par les articles 19 à 21 de la Constitution et à assurer le respect des principes d'égalité et de non-discrimination consacrés notamment par les articles 10 et 11 de la Constitution (2) et, plus spécialement en matière de convictions religieuses ou non-confessionnelles, par l'article 9 de la Convention européenne des droits de l'homme et l'article 18 du Pacte international relatif aux droits civils et politiques, outre d'autres instruments internationaux.