Wat de in de wet van 1 maart 1958 bedoelde maatregelen betreft, zijn er die ontegenzeggelijk een disciplinair karakter hebben; dat karakter vloeit voort, hetzij uit de benaming zelf die aan de maatregel is gegeven (artikel 14, 3° : tijdelijke ambtsontheffing bij tuchtmaatregel), hetzij uit de omstandigheden waarin ze kunnen worden opgelegd (artikel 23 : ontzetting van ambtswege, indien een officier zich aan ernstige, met zijn staat van officier niet overeen te brengen feiten schuldig heeft gemaakt).
Quant aux mesures prévues par la loi du 1 mars 1958, il en est qui ont indiscutablement un caractère disciplinaire; ce caractère résulte soit de la dénomination même donnée à la mesure (article 14, 3° : retrait temporaire d'emploi par mesure disciplinaire), soit des circonstances qui permettent de l'infliger (article 23 : démission d'office si un officier s'est rendu coupable de faits graves incompatibles avec son état d'officier).