« Art. 7. Bij de vaststelling van de Civiele Lijst voor de duur van
de regering van de opvolgende Koning wordt onverminderd de bepalingen van de wet van 16 november 1993 houdende vaststelling van de Civiele Lijst voor de duur van de regering van Koning Albert II, tot toekenning van een jaarlijkse en levenslange dotatie aan Hare Majesteit Koningin Fabiola en van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip enerzijds en onverminderd de bepalingen van de wet van 7 mei 2000, zoals gewijzigd door voorliggende wet houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip en van een jaar
...[+++]lijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid anderzijds enkel nog een dotatie verleend aan de Kroonprins of Kroonprinses. »« Art. 7. Lors de l'établissement de la liste civile pour la d
urée du règne du successeur du Roi et sans préjudice des dispositions de la loi du 16 novembre 1993 fixant la Liste Civile pour la durée du règne du Roi Albert II, l'attribution d'une dotation annuelle et viagère à Sa Majesté la Reine Fabiola et l'attribution d'une dotation annuelle à Son Altesse Royale le Prince Philippe, d'une part, et sans préjudice des dispositions de la loi du 7 mai 2000 attribuant une dotation annuelle à Son Altesse Royale le Prince Philippe et une dotation annuelle à Son Altesse Royale la Princesse Astrid, telle qu'elle est modifiée par la loi en pro
...[+++]jet, d'autre part, une dotation n'est plus accordée qu'au Prince héritier ou à la Princesse héritière».