Aangezien de Raad van State grondwettelijke bezwaren had tegen de combinatie dat plaatsvervangende raadsheren die voor het leven worden benoemd, in tijdelijke kamers zitting zouden nemen, werd besloten de door de Raad voorgestelde benaming « aanvullende kamers » te gebruiken (Gedr. St. , Senaat, nr. 1-490/1, blz. 25).
Comme le Conseil d'État a objecté que faire siéger des juges nommés à vie dans des chambres temporaires était contraire à la Constitution, le Gouvernement a décidé d'utiliser le terme « chambres supplémentaires » qui avait été proposé par le Conseil (do c. Sénat, nº 1-490/1, p. 25).