De vaststelling van een afstamming post mortem gebeurt immers na een procedure tijdens welke de rechter zelfs ambtshalve « een bloedonderzoek of enig ander onderzoek volgens beproefde wetenschappelijke methodes [kan] gelasten » (artikel 331octies van het Burgerlijk Wetboek) en houdt rekening met het bezit van staat, voor zover het voortdurend is en bewezen wordt door feiten die « te samen of afzonderlijk de betrekking van afstamming aantonen » (artikel 331nonies).
L'établissement d'une filiation post mortem se fait, en effet, au terme d'une procédure au cours de laquelle le juge peut ordonner, même d'office, « l'examen du sang ou tout autre examen selon des méthodes scientifiques éprouvées » (article 331octies du Code civil) et il tient compte de la possession d'état, pour autant qu'elle soit continue et établie par des faits qui « ensemble ou séparément, indiquent le rapport de filiation » (article 331nonies).