Als een personeelslid na een ontslag volgens artikel 24 of artikel 61, 6°, opnieuw wordt aangesteld in een instelling van de scholengemeenschap, kan hij slechts beroep doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur als hij opnieuw de anciënniteit opbouwt bedoeld in § 3.
Lorsqu'un membre du personnel, après un licenciement en vertu de l'article 24 ou de l'article 61, 6°, est de nouveau désigné dans un établissement du centre d'enseignement, il ne peut invoquer le droit à une désignation temporaire à durée ininterrompue que s'il accumule à nouveau de l'ancienneté telle que visée au § 3.