Art. 14. In afwijking van artikel 10, 2° van de wetten op de Rijkscomptabiliteit gecoördineerde op 17 juli 1991 is de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ertoe gemachtigd om schulden die verjaard zijn aangezien ze niet geordonnanceerd zijn binnen de vijf jaren vanaf de eerste januari van het jaar waarin zij zijn ontstaan vast te leggen en te vereffenen, ten laste van de basisallocaties 14.41.21.63.21, 14.41.22.63.21 en 14.41.23.63.21 vast te leggen en te vereffenen.
Art. 14. Par dérogation à l'article 20, 2°, des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale est autorisé à engager et à liquider à charge des allocations de base 14.41.21.63.21, 14.41.22.63.21 et 14.41.23.63.21 les créances prescrites car non ordonnancées endéans les cinq ans à partir du 1 janvier de l'année pendant laquelle elles sont nées.