Aldus wordt a priori niet uitgesloten dat een buitencontractuele schuldeiser kan aantonen dat zijn schuldenaar op uitdrukkelijke en, onverminderd de vernietiging van artikel 1412quinquies van het Gerechtelijk Wetboek in de in B.21 aangegeven mate, specifieke wijze heeft ingestemd met de vatbaarheid voor beslag van bepaalde eigendommen die hem toebehoren.
Ainsi, il n'est pas exclu a priori qu'un créancier extracontractuel puisse démontrer que son débiteur a expressément et, sans préjudice de l'annulation de l'article 1412quinquies du Code judiciaire dans la mesure indiquée en B.21, spécifiquement consenti à la saisissabilité de certains biens lui appartenant.