(14 bis) De lidstaten moeten een toelatingsaanvraag kunnen afwijzen, met name wanneer de onderdaan van een derde land niet heeft voldaan aan de uit een eerdere beslissing tot toelating als seizoenarbeider voortvloeiende verplichting om het grondgebied van de betrokken lidstaat te verlaten na het verstrijken van de geldigheid van een vergunning voor seizoenarbeid.
(14 bis) Il convient que les États membres puissent rejeter une demande d'admission, en particulier lorsque le ressortissant d'un pays tiers ne s'est pas conformé à l'obligation découlant d'une décision antérieure d'admission aux fins d'un travail saisonnier lui imposant de quitter le territoire de l'État membre concerné à l'expiration d'une autorisation de travail saisonnier.