6. wijst op de belangrijke rol van de overheidsdiensten, vooral regionale en plaatselijke overheden en verenigingen die een zo ruim mogelijk publiek aan de genoegens van de vrije tijd willen laten deelnemen, ook achtergestelde groepen en jongeren (vakantie- en vrijetijdscentra, sportieve en culturele activiteiten, enz.), met voortdurende aandacht voor de sociaal gemengde samenstelling van het doelpubliek;
6. rappelle le rôle important des collectivités publiques et notamment territoriales et des associations pour l'accès du plus grand nombre aux loisirs, y compris pour les populations défavorisées et les jeunes (centres de vacances et de loisirs, organisations d'activités sportives et culturelles, etc.) avec un souci permanent de mixité sociale;