1. is van oordeel dat e
r rechtsonzekerheid heerst over de vraag of de ontwerp
overeenkomst verenigbaar is met de bepalingen van de Verdragen (artikel 16) en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (artikelen 7, 8 en 52, lid 1) betreffende het recht van personen op de bescherming van hun persoonsgegevens;
heeft voorts zijn twijfels bij de keuze van de rechtsgrond, namelijk artikel 82, lid 1, onder d), en artikel 87, lid 2, onder a), VWEU (gerechtelijke en politiële samenwerking),
...[+++]in plaats van artikel 16 VWEU (gegevensbescherming);
1. estime qu’il existe une incertitude juridique quant à savoir si le projet d’accord est compatible avec les dispositions des traités (article 16) et la charte des droits fondamentaux de l’Union européenne (articles 7 et 8 et article 52, paragraphe 1) en ce qui concerne le droit des personnes physiques à la protection des données à caractère personnel; s'interroge, en outre, sur le choix de la base juridique, à savoir l'article 82, paragraphe 1, point d), et l'article 87, paragraphe 2, point a), du traité FUE (coopération policière et judiciaire), et non l'article 16 du traité FUE (protection des données);